Gerechtshof Den Haag: kansspelbelasting niet in strijd met Europees recht
Het Gerechtshof Den Haag heeft geoordeeld dat de kansspelbelasting voor exploitanten van kansspelautomaten niet in strijd is met Europees of Nederlands recht. De naheffingsaanslagen over de periode juli 2008 tot en met december 2016 blijven daarmee in stand.
De zaak was aangespannen door een onderneming die kansspelautomaten verhuurt aan bedrijven binnen dezelfde groep. Die bedrijven exploiteren speelautomatenhallen. De onderneming verzette zich tegen de kansspelbelasting die sinds 1 juli 2008 geldt voor exploitanten van kansspelautomaten en maakte bezwaar tegen naheffingsaanslagen die waren opgelegd omdat de belasting niet of te laat was betaald.
Kansspelbelasting verschilt volgens hof duidelijk van btw
De uitspraak draaide voor een groot deel om de vraag of de kansspelbelasting in strijd zou zijn met de Europese btw-regels. Het gerechtshof ging daar niet in mee. Volgens het hof verschilt de kansspelbelasting duidelijk van de btw, omdat de belasting alleen geldt voor kansspelen en niet voor goederen en diensten in het algemeen. Bovendien wordt de kansspelbelasting slechts één keer geheven, terwijl btw in meerdere schakels van de keten wordt berekend. Het hof zag dan ook geen reden om prejudiciële vragen voor te leggen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie.
Daarnaast stelde de onderneming dat er sprake zou zijn van ongelijke behandeling. Exploitanten van speelautomatenhallen betalen namelijk wel kansspelbelasting, terwijl exploitanten van speelgelegenheden met kermisautomaten daarvan zijn vrijgesteld. Het hof oordeelde dat de wetgever bewust onderscheid heeft gemaakt tussen beide soorten automaten. Kermisautomaten mogen bijvoorbeeld geen geldprijzen uitkeren en vallen onder andere regels, en voor speelautomatenhallen gelden extra eisen zoals een minimumleeftijd van achttien jaar.
Geen onevenredig zware belastingdruk
De onderneming wees ook op onderzoeken en branchecijfers om aan te tonen dat de kansspelbelasting een te zware financiële last vormt. Het hof oordeelde dat deze gegevens niet aantonen dat de wet in strijd is met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. De onderneming had bovendien niet aannemelijk gemaakt dat de belasting voor haar persoonlijk een uitzonderlijk zware last vormt. De overgelegde jaarrekeningen hadden betrekking op latere jaren dan de periode waarover het geschil ging.
Ook de overige bezwaren werden afgewezen. Zo is de kansspelbelasting volgens het hof niet in strijd met fundamentele rechtsbeginselen, en het argument dat er sprake zou zijn van verboden staatssteun voor exploitanten van speelgelegenheden werd eveneens verworpen.
Uitspraak sluit aan bij eerdere lijn
De uitspraak is in lijn met een vergelijkbaar oordeel van het Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch uit december 2024, waarin op grond van soortgelijke argumenten dezelfde conclusie werd getrokken. De kansspelbelasting werd ook daar rechtmatig bevonden en niet als disproportionele last aangemerkt.
In Den Haag kan tegen de uitspraak nog beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad. Op Europees niveau staat de discussie over de belasting van kansspelen eveneens op de agenda. Nederlandse casino’s en speelautomatenexploitanten volgen de juridische ontwikkelingen op dit terrein dan ook met veel belangstelling.
Gambling Insider biedt het laatste nieuws uit de online gokbranche, achtergronden en casino reviews die u kunt vertrouwen. Ons team combineert strenge redactionele normen met tientallen jaren gespecialiseerde expertise om nauwkeurigheid en eerlijkheid te garanderen. We streven ernaar om duidelijke, onpartijdige en betrouwbare berichtgeving te bieden over de wereldwijde goksector.